Het gaat hierbij om mensen afkomstig uit de voormalige Oostblok-landen, en wel voornamelijk Polen (1770). Ook Bulgaren en Roemenen zijn goed vertegenwoordigd.
Ook het aantal adressen waar zij verblijven is gestegen van 1180 naar 1350, vooral in de wijken met goedkopere woningen.
In een paar wijken maakt de gemeente gebruik van de ‘Rotterdamwet’ om concentratie van overlast te voorkomen. Dat is het geval in de Lijnbaan, de Vogelbuurt en de complexen op de Aardappelmarkt en de Eisingahof.
Verder heeft de gemeente een quotering ingesteld. Die bepaalt dat maximaal 2% van de woningen in een straat als kamers mogen worden verhuurd. En er wordt toezicht gehouden op de veiligheid van de woningen en op het voorkomen van uitbuiting, waarbij onder andere Polen soms enorme huren moesten betalen voor onveilige huisvesting.