Wijkagenten Haci en Arjan poseren met de 'sleutel' van hun nieuwe werkkantoor
Corrado Francke“De politie blijft in Zwijndrecht”, glundert burgemeester Leon Anink. Gevreesd werd dat (wijk)agenten door bezuinigingen elders een uitvalsbasis moesten vinden, maar in het gemeentehuis bood men een helpende hand. “De verhuizing was tussen de 15 en 25 meter.”
Ballonnen, taart en blije gezichten in een Zwijndrechtse kantoorruimte woensdag. In het gemeentehuis welteverstaan, want dat is de plek waar het nieuwe onderkomen van de politie feestelijk werd geopend.
Voormalig bureau te duur
Een paar jaar geleden werd duidelijk dat het voormalig bureautje aan de Burgemeester de Bruïnelaan te duur was. Daarna ging men op zoek naar een goedkopere plek, die uiteindelijk bij de buren werd gevonden dankzij de helpende hand van de gemeente.
“Dit is de ideale uitvalsbasis”, zegt Mitzi Schoemans, operationeel wijkexpert namens de politie in de gemeente. “We zitten midden in Zwijndrecht en kunnen overal terecht, zowel op de fiets als met de auto.”
Gemeentebodes
Het kantoor werd tot eind 2025 gebruikt door gemeentebodes, maar zij zijn naar een plek dichterbij de raadzaal en publieke ruimtes verhuisd. “Deze ruimte is voor mij en gaat naar de politie”, zei Anink toen hij hoorde dat de plek vrijkwam.
Zwijndrecht is onderdeel van het politiedistrict Drechtsteden-Buiten, dat verder bestaat uit de gemeentes Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Alblasserdam. Het hoofdbureau is aan de westkant van Papendrecht, waar alle wijkagenten hun diensten beginnen en onder meer hun dienstwapens ophalen.
Steunpunten
In iedere gemeente heeft de politie steunpunten. Een vertrek uit Zwijndrecht zou betekenen dat wijkagenten ook hun administratie in Papendrecht moeten doen, maar dat levert onnodige reiskilometers op. En als er in Zwijndrecht iets gebeurt, is het natuurlijk handiger om in de buurt te zijn als agent.
De ruimte in Zwijndrecht is vooral bedoeld voor bureauwerk. Inwoners kunnen er niet zomaar binnenlopen om bijvoorbeeld aangifte te doen. Dat gebeurt digitaal, bij mensen thuis, op het hoofdbureau en heel soms ter plekke bij incidenten. “Wel kunnen mensen hier zitten die we na een ernstig incident even in de luwte moeten hebben, maar we hebben dus geen publiekelijke openlijke functie”, benadrukt Schoemans.