De documenten waarin de onteigeningen van Joods vastgoed staan vermeld zijn de zogeheten Verkaufsbücher. Deze documenten worden door het Nationaal Archief in Den Haag beheerd. Er staan ruim 7000 transacties van onteigend Joods vastgoed in, met een waarde van 99.331.400 gulden. Dat komt, omgerekend naar nu, neer op zo’n 581 miljoen euro.
De winst van deze handel in onteigende woningen (44.574.035 gulden, of ruim 260 miljoen euro) stroomde naar de Vermögungsverwaltungs- und Renteanstalt (VVRA) en roofbank Lippmann, Rosenthal en Co. Sarphatistraat, ook wel bekend als Liro. Daar kwam de winst terecht op een collectieve rekening waar onder meer de kampen Westerbork en Vught en deportaties naar andere kampen van zijn betaald, stelt Pointer na eigen onderzoek.
Ook in Dordrecht zijn er op deze manier panden van Joodse eigenaren verhandeld. Vooral in de binnenstad is het flink prijs: Aan de Vriesestraat is bijvoorbeeld een pand op deze manier doorverkocht en ook op de Voorstraat staan een flink aantal zwarte bladzijdes in de geschiedenis. Alle panden waarvan bekend is dat ze op deze manier zijn onteigend zijn
hier te vinden.
Joodse eigenaren die na de oorlog terugkeerden kregen soms zelfs nog een belastingaanslag van hun gemeente voor een pand waar andere mensen in de tussentijd flink geld aan hadden verdiend. Of dit in Dordrecht ook is gebeurd, en of hiervoor compensatie is geweest zoals in sommige andere gemeenten, is nog niet bekend.