Officier van Justitie Van Veen vond dat er ruim bewijs was dat A. een jaar in drugs had gehandeld. Voor haar stond dat vast uit vier getuigenverklaringen van afnemers en uit getapte telefoongesprekken. Uit een berekening van de gemiddelde dagomzet van A. kon een winst van ruim 34.000 euro worden afgeleid.
A. zelf betoogde dat hij maar drie maanden met deze handel bezig was geweest. Hij zou daar uit geldnood mee begonnen zijn. Volgens hem was deze ‘pluk-ze’-berekening dan ook veel te hoog.
De uitspraak is over twee weken.