In het werkgebied van Waterschap Hollandse Delta zijn de grond, het grondwater en het oppervlaktewater verontreinigd zijn door PFAS. Soms moet grondwater met PFAS worden weggepompt om in bouwputten te kunnen werken, bijvoorbeeld bij nieuwbouwprojecten of bij vervanging van riolering. WSHD wil voorkomen dat de kwaliteit van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater daardoor verslechtert. Daarom stelt het waterschap nu extra regels aan de afvoer van dat PFAS-grondwater.
PFAS zijn slecht-afbreekbare stoffen.
Ze komen vooral in het grondwater door luchtverontreiniging, maar bijvoorbeeld ook door afvalwater van industrie of door bluswater en blusschuim bij brand. Het overtollige PFAS-grondwater moet bij voorkeur worden teruggebracht op het bouwterrein zelf. Als dat niet lukt, is opslag op een aangrenzend perceel een goede optie.
Strenge voorschriften voor in sloot
Als dat allemaal niet lukt, kan het water in de sloot. Maar dan moet het wel aan strenge voorschriften voldoen. Het waterschap controleert met een zogeheten immissietoets of de oppervlaktewaterkwaliteit niet verslechtert door de lozing. Zo nodig, moet het water worden gezuiverd met de best beschikbare techniek. Het vervuilde water via de riolering wegwerken is de allerlaatste optie. De rioolwaterzuivering kan PFAS namelijk niet uit het water zuiveren.
De commissievergadering start om 14.00 uur en is
hier te volgen.