Tijdens de zitting is er door het OM stilgestaan bij de vraag of het gedrag van de daders homofoob geweld kan worden genoemd. Daarbij is onder meer gekeken naar het gebruik van de homodating-app Grindr om de slachtoffers te lokken, de uitlatingen die ze tijdens de incidenten hebben gedaan en de verklaring later van de daders.
Volgens de Officier van Justitie is het maar moeilijk te geloven dat de daders – anders dan ze hebben verklaard – niets tegen homoseksuelen hebben. Dit is echter onvoldoende om tot bewijs van homofoob geweld te komen.
Verder speelt mee dat de daders plannen hebben gemaakt, verschillende mensen hebben gesproken om op criminele manier geld te verdienen. Het lokken via Grindr en het vervolgens mishandelen en chanteren was één van hun ideeën. Ook de rechtbank vond dat er onvoldoende bewijs was voor homofoob geweld.
Het OM kan zich uiteindelijk vinden in het oordeel van de rechtbank. “De door de rechtbank opgelegde straffen zijn, gezien de achtergrond van de feiten en de meegewogen persoonlijke omstandigheden van de verdachten, passend te noemen. Onder deze omstandigheden ziet het OM geen reden in hoger beroep te gaan.”