De brand in de woonboerderij
Fotopersburo BusinkSlechts één bliksemslag legde de woning en het levenswerk van de familie Brand in de as. Anderhalve week na de brand in Bleskensgraaf kunnen Jaap en Marina het nog steeds niet geloven. Toch zegt het stel vooral dankbaar te zijn, ondanks het verlies van hun huis: "De hulp die we krijgen is met geen pen te beschrijven."
Het begint, anderhalve week geleden, als een zorgeloze vrijdagmiddag aan de Abbekesdoel in Bleskensgraaf. Marina Brand is met haar dochter en jongste zoon bij de liefdadigheidsmarkt van hun basisschool. Jaap Brand en oudste zoon Joshua zijn thuis bij hun woonboerderij.
'Enorme klap'
“Ik zat onder de veranda, want het regende wat, maar de temperatuur was goed”, vertelt Jaap alsof hij gisteren nog in zijn achtertuin zat. “Rond 18.15 uur rommelde het wat en ineens hoorde ik een enorme klap door de bliksem. Ik liep naar binnen en zei tegen Joshua: ‘Dat zal wel ergens ingeslagen zijn’.”
‘Reddeloos verloren’
Nog geen seconde nadat Jaap en Joshua hun verbazing over de enorme klap uitspreken, volgt het volgende oorverdovende geluid: “Het brandalarm ging af. Ik dacht eerst aan kortsluiting, maar toen ik de hal inliep, rook ik iets. Dan ren je naar buiten en kijk je omhoog. Daar zag ik dat het hele dak volledig in de rook stond.”
Met de enorme hoeveelheid rook concludeert Jaap: “We zijn reddeloos verloren. Dus we gingen meteen in reddingsmodus. Samen met mijn zoon ben ik de computers en servers uit mijn architectenbureau aan huis gaan halen. Daarna hebben we nog wat spullen uit de woonkamer gered, maar binnen de kortste keren stond het blauw van de rook en konden we het huis gewoon niet meer in.”
LEES OOK: Woonboerderij uitgebrand na blikseminslag
Gedurende de reddingsoperatie gaan Jaap en zijn zoon geraffineerd te werk. “Ik werk zelf bij Defensie als reservist, dus in hele gekke situaties blijf ik heel rustig. En mijn zoon van 16 heeft diezelfde eigenschap”, verklaart Jaap.
‘Geschiedenis wordt uitgewist’
Toch daalt, eenmaal buiten, ook bij de koele Jaap en Joshua het besef in. Samen met de twee jongste kinderen en Marina, die naar de Abbekesdoel zijn gesneld, kijken ze naar hoe hun woonboerderij afbrandt.
“Het was een oude boerderij uit 1890 die wij vijf jaar geleden hebben gekocht en zelf aan het opknappen waren. Eigenlijk waren we net klaar. Je ziet hoe je eigen geschiedenis wordt uitgewist. Dat is onbeschrijfelijk.”
Hoewel het verdriet enorm is, heeft Jaap veel goede woorden over voor hoe zijn gezin is opgevangen op de bewuste vrijdagavond. “Bij mijn vrouw stond continu een agent. Die liep overal met haar mee. Gewoon als steun. En ook de brandweer betrok ons bij het hele proces en vroeg of we wilden kijken toen de voorgevel werd afgebroken. Dat wilden we wel, omdat we het ook zelf hadden opgebouwd, maar het was heel heftig om te zien.”
Pastorie
Hoe heftig ook, Jaap zegt inmiddels dat hij niet boos of gefrustreerd is over de gebeurtenissen van anderhalve week geleden. “We zijn dankbaar. Vooral omdat het niet 's nachts is gebeurd en dat we er nog alle vijf zijn. En daarnaast ook dankbaar voor de enorme hulp die we hebben gekregen.”
Die ‘enorme hulp’ kwam de dag na de brand al snel op gang, volgens Jaap. Een groep vrienden hielp met het inrichten van een kantoorruimte, kocht nieuwe kleding en de gereformeerde kerk van Bleskensgraaf bood de leegstaande pastorie aan als tijdelijke woonruimte.
“Zaterdagavond kwamen we bij de pastorie aan. Er lag kleding klaar en we hadden een gevulde koelkast. Zo is het doorgegaan; telkens kwamen mensen iets brengen. We hoeven de komende vier weken niet zelf te koken. Het gaat ook verder dan de eerste levensbehoefte: diezelfde zaterdag stond er al een jongen van twaalf aan de deur met Lego voor onze jongste.”
Puinzooi
De familie Brand gaat nog altijd elke dag langs bij de afgebrande woonboerderij. Achter hekken ligt daar een enorme berg aan puin. “Er is niets meer van over. Het is gewoon een puinzooi. Toch willen we alles zo netjes mogelijk houden. Er zit nog een tuin achter en er lopen kippen rond, dus vandaar dat we er elke dag heengaan.”
Daarnaast zegt Jaap nog altijd veel van de plek te houden. “We hebben nu een tijdelijke plek en dat is heel fijn. Maar we duiden het hier nog steeds aan als pastorie. Als we het hebben over ons thuis, dan gaat het over de Abbekesdoel. Zelfs nu ons thuis daar niet meer staat.”
‘Gods genade’
Aan een nieuw huis ontwerpen op dezelfde plek moet Jaap nog even niet denken. “Onze droomwoning stond er al en die krijgen we niet terug. Zo’n oude boerderij heeft een ziel en die is nu weg. Maar we gaan zeker terug naar dezelfde plek; dat is ons thuis.”
En wanneer er weer een nieuwe woning verrijst aan de Abbekesdoel, zal de deur altijd openstaan voor de gemeenschap van Bleskensgraaf, belooft Jaap. “De hulp die we krijgen is met geen pen te beschrijven. We zien het als Gods genade in de praktijk. Die dankbaarheid voert de boventoon. We zijn verdrietig, maar niet verslagen.”
Dit artikel verscheen ook bij onze mediapartner Rijnmond