In de afgelopen jaren is burgerparticipatie sterk toegenomen. Volgens de Rekenkamercommissie kan er nu worden gesproken van ‘overheidsparticipatie’: nieuwe initiatieven komen vooral van burgers. De overheid is daarbij participant van deze nieuwe ideeën. Maar dit proces loopt niet altijd soepel. Burgers hebben het gevoel dat hun ideeën niet worden overgenomen en beloften niet altijd worden nagekomen.
Het rapport concludeert dat de gemeentelijke organisatie te gefragmenteerd te werk gaat. Bovendien is het onduidelijk wat hoeveel geld er is voor de ambities op het gebied van burgerparticipatie. Een van de aanbevelingen die de commissie doet, is de beleidskolommen in de gemeentelijke organisatie te doorbreken en meer onderlinge samenwerkingen aan te gaan. Het college is hiermee eens.
Het in 2015 aangekondigde onderzoek stelde twee perspectieven centraal: de visie van de gemeente op burgerparticipatie en de verwachtingen van de burgers. Door middel van gesprekken met raadsleden, ambtenaren, initiatiefnemers en deskundigen werd bekeken wat de staat van burgerparticipatie op dit moment is en hoe het verbeterd kan worden in de toekomst.