Leerlingen op praktijkschool De Sprong
Streekomroep 56Praktijkschool De Sprong in Sliedrecht heeft zo snel mogelijk extra lesruimte nodig. Het leerlingenaantal groeit en daardoor wordt het huidige gebouw te klein. Met zo’n 150 leerlingen is het nu al improviseren, maar dat probleem wordt na de zomervakantie nog groter. “We moeten gaan improviseren.”
Dat de school extra lesruimte nodig heeft, is volgens schooldirecteur Anja Kerpitzis zeer urgent. “De leerlingen die bij ons op school komen, hebben weinig mogelijkheden om naar andere onderwijsvormen te gaan en de praktijkscholen in de regio zitten vol. Dus dan zullen wij leerlingen een ‘nee’ moeten verkopen en moeten ze buiten de regio naar school.”
Dat is volgens Kerpitzis voor de praktijkschoolleerlingen niet wenselijk, “en dan moeten we aan de onderwijstijd gaan knippen. Dat willen we al helemaal niet.”
Spoedaanvraag
Bij de gemeente Sliedrecht is er daarom een spoedaanvraag ingediend. De raad besprak deze week de situatie en is het er unaniem over eens dat de school geholpen moet worden. De gemeente zal zo’n 330.000 euro beschikbaar gaan stellen om de school aan extra huisvesting te helpen. In welke vorm neemt de raad op 30 juni een definitief besluit over.
“De oplossing wordt gezocht in de plaatsing van tijdelijke lokalen. Hiermee kan op korte termijn worden ingespeeld op de groei, zodat het onderwijs na de zomer zonder onderbreking kan doorgaan”, zegt de gemeente Sliedrecht. "Ik ben heel blij dat de gemeente daarin mee wil denken en mee wil werken”, zegt de schooldirecteur.
Ondanks dat de school geholpen gaat worden, wordt het onmogelijk om na de zomervakantie alles al op orde te hebben, zo zegt de schooldirecteur. Het aanbestedingstraject moet nog gaan lopen, dan moet er nog een gunning komen en daarna gaat de gemeente pas echt aan de slag. “Dus de eerste paar maanden van het nieuwe schooljaar moeten we gaan improviseren.”
Uitdaging
Een grote uitdaging wordt het in ieder geval nog, want hoe en waar de school extra huisvesting gaat krijgen, is nog maar de vraag. “Het dichtstbijzijnde zijn twee basisscholen, maar we hebben het liefst de leerlingen zo gestructureerd en duidelijk mogelijk in één gebouw. Voor de rust, maar ook voor de reistijd. Want die gaat ook weer van de onderwijstijd af. Dus we hebben echt wel de voorkeur om met de faciliteiten die we nu hebben naar oplossingen te kijken”, sluit Kerpitzis af.