Mohammed Benzakour vindt vogels in kooitjes maar niets.
Privé via RijnmondMohammed Benzakour kan het niet aanzien: vogels die hun hele leven wegkwijnen in een kooitje. Nadat de Zwijndrechtse schrijver bevriend is geraakt met een winterkoninkje, is er geen houden meer aan en belandt hij als vogelbevrijder in Indonesië.
Het gebeurde in het Rotterdamse park Varkenoord, op de dag dat Mohammed Benzakour in het nabijgelegen verpleeghuis te horen had gekregen dat zijn moeder nooit meer ging herstellen van het herseninfarct dat haar had getroffen.
“Ze zou nooit meer kunnen praten en voor altijd in een rolstoel blijven”, zegt Benzakour, nog altijd met weemoed, tegen Rijnmond. “Die dag ging ik het park in. Om bij te komen van het slechte nieuws. Ik zat op een bankje en opeens klonk er een prachtig tjiep-tjiep-tjiep boven mijn hoofd. Het was het geluid van een heel klein vogeltje. Ze probeerde me op te vrolijken, zo voelde ik dat. Het was alsof ze zei: ‘Zo is het leven. Wees maar gewoon lief voor je moeder. Daar heeft ze meer aan dan jij zit hier te kneuzen en te kniezen’.”
Vriendschap
Wat voor soort vogeltje precies troost biedt? Benzakour heeft geen idee. “Ik ben gaan zoeken op internet en het bleek een winterkoninkje te zijn. Ik ging vaak naar mijn moeder in IJsselmonde en naar het park. Er ontstond een vriendschap tussen mij en het winterkoninkje. Ik heb haar ook een naam gegeven: Agilouz. Dat is de naam van mijn moeder, maar dan omgekeerd.”
Agilouz heeft heel wat teweeg gebracht, vertelt Benzakour in de Zwijndrechtse flat waar hij al jaren woont. Hij deelt het appartement met twee dwergpapegaaien, die los door de kamer fladderen. Tegen de wand staat een grote volière. “Met de deurtjes open”, benadrukt de schrijver.
Oorlog onder het balkon
Buiten, onder zijn balkon, is een oorlog gaande. Een stel eksters heeft het aan de stok met een koppel kraaien. Inzet: een nest. “Ik heb de afgelopen tijd gezien hoe zorgvuldig de eksters dat nest hebben gebouwd”, zegt Benzakour. “En nu proberen de kraaien het in te pikken. De rotzakken.”
Hij pakt zijn verrekijker uit de vensterbank, staart naar de boom waar de eksters aan de verliezende hand zijn en verzucht: “Ik kan niet tegen onrecht.”
Kooi van dertig bij dertig centimeter
De schrijver gaat weer zitten. "Door mijn vriendschap met Agilouz ben ik een vogelaar geworden", vertelt hij. "Zo iemand die ervan geniet om urenlang met een verrekijker door de Biesbosch te struinen. Daar kwam ik in contact met andere vogelliefhebbers, maar ook met vogelhouders. Mensen die vogeltjes in kooitjes opsluiten en daar dan heel erg blij van worden."
Smalend: "Weet je dat elk dorp in Nederland wel een vogelvereniging heeft? En dat de leden elke zaterdag afspreken om elkaar hun Japanse nachtegalen en Mozambiquesijsjes te laten zien? Allemaal vogels die de rest van de week in een kooitje zitten te verpieteren in een of ander rijtjeshuis. Mij ging dat steeds meer tegenstaan, omdat het me heel erg deed denken aan mijn moeder. Zij was na haar herseninfarct eigenlijk net zo opgesloten als al die vogeltjes. Ze was gevangene van haar lichaam.”
“Elke keer als ik een vogel in een kooi zag, merkte ik dat ik benauwd werd en de neiging voelde om zo’n diertje los te bevrijden. In die tijd las ik ook een rapport van Bird Life. En ontdekte iets krankzinnigs. Namelijk dat op Java meer vogeltjes in kooitjes zitten dan dat er rondvliegen in de vrije natuur. In Indonesië geloven ze dat dat geluk brengt: een vogel in een getralied hokje van dertig bij dertig centimeter. Zo’n dier krijgt z’n natje en z’n droogje en moet dan zingen. Voor mij was het reden om mijn koffers te pakken en naar Indonesië te gaan.”
'Hij is heel eenzaam'
Benzakour belandt niet op Java, maar op Bali. Daar is hetzelfde aan de hand: héél veel vogeltjes, in héél veel gevangenisjes. “'We vinden het zó prachtig dat dat vogeltje zingt', zeiden de Balinezen. En dan vroeg ik: versta je ook zijn lied? Nee, was het antwoord. En dan zei ik: ‘Ik wel, ik heb vogelkunde gestudeerd en kan dat vogeltje heel goed verstaan. Hij zingt een heel droevig lied. Over dat hij zijn vriendjes en zijn familie mist. Hij is heel eenzaam.’ Daarna vroeg ik of ik het vogeltje mocht kopen.”
“’Je kunt zo’n zelfde vogeltje ook op de markt kopen’, was vaak de reactie. En dan zei ik: ‘Nee, ik wil dít vogeltje’ En daarna bood ik dan flink wat geld. Veel meer dan een vogeltje op de markt me zou hebben gekost. En ja, als je maar genoeg geld biedt dan zwichten mensen. Dus uiteindelijk kreeg ik het vogeltje vaak mee."
"Dat ging ik dan vrijlaten in het bos. Die momenten waren goud. Zo’n vogeltje vliegt namelijk niet meteen weg, maar gaat eerst even op een tak zitten. Het kijkt je aan en dan voel je de dankbaarheid resoneren.”
Geld achterlaten bij de kooi
Bij een man die weigert om zijn putih, een geel-witte spreeuw, aan hem af te staan, past Benzakour een andere methode toe. In het donker ontvoert hij de vogel naar de vrijheid. Op de plek van de kooi laat hij een stapeltje bankbiljetten achter en een briefje. Daarin legt hij uit dat een vogel zijn vleugels moet kunnen uitslaan. “Anders sterft hij inwendig.”
En er is ook een dringend advies voor de man die tegen de lege plek onder zijn luifel aankijkt: “Koopt u met dit geld alstublieft geen nieuwe vogel, maar geef uw vrouw een cadeau. Een mooie ketting of een glitterjurk. Want als u opnieuw een vogel opsluit, kom ik terug in de nacht.”
'Mensen zijn ook dieren'
In totaal laat Benzakour op Bali zo’n vijftig, zestig vogeltjes vrij. “Dat is niks natuurlijk, als je beseft dat er miljoenen gevangen zitten. Maar over mijn belevenissen heb ik nu een boek geschreven: Het Lied van Agilouz. Het is een poging om mensen aan het denken te zetten. Wij hebben geen vleugels en vliegen de hele wereld rond. En wat doen we met de dieren die wél kunnen vliegen? Die sluiten we op. Ik vind dat echt pervers.”
“Ja ja”, lacht hij, “Ik hoor de mensen nu al denken: wat moet die Benzakour dan met die dwergpapegaaien in z’n flat? Die zitten toch ook gevangen? En dan zeg ik: nee. Hun volière staat altijd open en ze vliegen vrij rond tussen mijn planten. Mijn balkondeur is lang niet altijd dicht, maar ze gaan niet weg. Er komt ook een dag dat ik ze ga terugbrengen naar Ecuador, het land waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Daar mogen ze dan zelf kiezen wat ze willen: bij mij blijven of aansluiting zoeken bij hun soortgenoten.”
“Natuurlijk is er een kans dat ze het niet redden in de vrije natuur. Dat is wat al die vogelhouders ook zeggen. Dat zo’n vogeltje zich veilig voelt in een kooi en dat het niet beter weet. Maar als jij zou mogen kiezen, wat zou dan je voorkeur hebben: tachtig jaar opgesloten zitten in een hokje of vijftig jaar vrij leven? Voor dieren is dat niet anders.”
Hij valt even stil. Dan: “Mensen zijn ook dieren. Maar niet zelden de beestachtige versie.”
Dit is een artikel van onze mediapartner Rijnmond.