"Nu zie je er niks meer van, maar hier stond vroeger de stadsmuur," vertelt Teun de Bruijn. "In die muur had je bogen aan de binnenkant met daarboven een balustrade waar je overheen kon lopen. Die boog kon makkelijk afgescheiden worden. Heel vroeger, tot de zeventiende eeuw, werden de boogjes verhuurd aan bedrijven. Later werden die bedrijven verplaatst en werden het woningen. Dus eigenlijk woonde je in een boog van de stadsmuur."
Als je, vandaag de dag, door de straat loopt is daar niks meer van te zien. "Een aantal van de nieuwe woningen hebben soort gelijken bogen. Misschien hadden ze bedacht dat er nog iets vergelijkbaars moest terugkomen voor het origineel. Maar van de muur is niks meer te vinden."
De woningen zijn destijds met een goede reden afgebroken. Het zou de volksgezondheid in gevaar brengen. "Het woonklimaat en de sanitaire voorzieningen waren zo verslechterd dat er in de negentiende eeuw voor gekozen is om alles af te breken."