Het landelijk gemiddelde percentage van mensen die onder de armoedegrens leven was in 2022 3,8 procent. Dat is minder dan het jaar ervoor. In 2022 moest 5,0 procent rondkomen van een laag inkomen. Volgens het CBS hangt de daling in 2022 samen met de energietoeslag en andere inkomensondersteunende maatregelen. Als die maatregelen niet worden meegeteld, zou het armoederisico op 5,9 procent.
Het aandeel mensen met een laag inkomen is vooral in de grote steden hoog, in Rotterdam (7,9 procent), Den Haag (7,4 procent) en Amsterdam (6,4 procent). In Utrecht was dit met 5,1 procent lager.
De armoedegrens ligt voor een alleenstaande op 1200 netto per maand, voor een alleenstaande ouder met twee kinderen op 1830 euro, en voor een echtpaar zonder kinderen op 1690 euro. Een echtpaar met twee kinderen wordt als arm beschouwd bij een maandelijks inkomen tot 2300 euro.