"Na het bakken krijg je een biscuittegel en die doop ik dan in het glazuur." Terwijl Maarten dit zegt, kreunt hij omdat hij net een zware emmer met glazuur optilt. "Dit sjouw ik dus allemaal naar zolder: klei, glazuur en dan moeten de tegels vervolgens wéér naar beneden." Maarten roert het glazuur nog even goed door en vertelt dat hij gebruik maakt van tinwit. Héél vroeger, in de 16e eeuw, gebruikten ze loodwit: "Maar dat is natuurlijk hartstikke giftig."
‘Mamma, ik ben op TV’
Als Maarten zijn gedroogde en gebakken tegel in de tinwit doopt, dan begint de tegel toch echt te lijken op hoe het eruit zou moeten zien. "Nu is het tijd om er iets op te schilderen", voegt Maarten er blij aan toe. Volgens mij is dat het leuke gedeeltje van het hele proces en ik vermoedde al dat hij dit keer iets zou doen met TV. Heel precies schildert hij de tekst ‘Mamma, ik ben op TV’ met een klein TV’tje ernaast. “En wat vind je ervan?” vraag ik hem: “De tekst is minder, maar de TV is prachtig!”
Als het schilderwerk klaar is kan de tegel weer de oven in. Dit gebeurt dit keer op maar liefst 1060 graden. "Het zorgt er ook voor dat mijn zwarte penseelstreken naar blauw verkleuren."