Waar je ook bent, op 4 en 5 mei komen allerlei oorlogsverhalen bovendrijven. Zo ook tijdens het bevrijdingsontbijt in Dordrecht, waar Theo Broers (80) het relaas van zijn schoonvader doet, die op de Oostzee voor zijn leven vocht. “Hij was aan één kant helemaal verbrand en hij heeft een paar weken in het ziekenhuis gelegen.”
In heel Nederland werden dinsdag bevrijdingsmaaltijden gehouden. Zo ook in Dordrecht, waar Theo net als vele anderen aanschoof in wijkcentrum De Koloriet.
Theo woont in de Dordtse wijk Sterrenburg en is door vrijwilligers uitgenodigd om erbij te zijn. Dat vindt hij een eer, want deze dagen zijn erg belangrijk voor hem. “Het betekent voor mij echt de bevrijding van de oorlog”, vertelt hij.
Oorlog is iets wat in zijn familie veel impact heeft gehad, met name voor zijn schoonvader Bert Intres. Hij woonde in Den Haag, zijn vader werkte bij het Vredespaleis in Den Haag. Als ‘zoon van’ werd Bert opgepakt en naar concentratiekamp Neuengamme gebracht. Aan het einde van de oorlog werd hij geëvacueerd. “De nazi's wilden niet dat de Engelsen en Amerikanen zagen wat voor onheil ze hadden aangericht in die kampen”, weet Theo.
Oostzee
Na de evacuatie kwam hij op een schip op de Oostzee terecht. “Daar zaten vijfduizend krijgsgevangen en concentratiekampgevangenen op”, gaat Theo verder.
De Duitsers wilden in totaal drie schepen met gevangenen laten zinken, zodat niemand meer kon navertellen wat er in het werkkamp was gebeurd. “Mijn schoonvader heeft daar zeker twee weken gezeten, van ongeveer 22 april tot 3 mei 1945”, vertelt Theo.
Op 3 mei krijgen ruim tweehonderd Engelse piloten de opdracht alle Duitse schepen die ze tegenkomen te vernietigen, in de veronderstelling dat de nazi’s ze gebruiken om munitie, troepen en SS-kopstukken naar Noorwegen weg te sluizen.
Het schip waar Bert op zat, wordt ook gebombardeerd, net als twee andere schepen met krijgsgevangenen. Twee schepen werden in brand gestoken, één zonk binnen 15 minuten. Daar zaten zo’n vijfduizend gevangen op die allemaal verdronken, zo weet Theo te vertellen. De Cap Arcona – toen een van de grootste passagiersschepen ter wereld – kwam ook in brand te staan door de afgevuurde raketten. Deze brandt vervolgens helemaal uit.
Kajuit
Bert zat in een ander schip in de kajuit toen het kapseizen begon. “Er zaten tien mensen opgesloten, een aantal zijn toen uit de kajuit naar buiten gevlucht. Die wilden naar boven via de trappen naar het dek, maar daar stonden in het begin nog nazi’s naar beneden te schieten met machinegeweren”, beschrijft Theo.
Iedereen die de trappen opkwam werd door de nazi’s doodgeschoten, de mensen die wel boven wisten te komen verbrandden in de vuurzee.
“Mijn schoonvader is in de kajuit gebleven, daar was het nog redelijk rustig. Maar toen daar ook de vlammen door de deur kwamen, is hij door de patrijspoort (een rond raam aan de zijkant van een schip, red.) naar buiten geklommen”, vertelt Theo.
Vier uur lang hangt hij halverwege de zijkant van het schip. Als op een gegeven moment het schip omslaat, kan hij op de onderkant blijven liggen met nog driehonderd andere gevangen. Om zeven uur komt zijn redding van de Engelsen en wordt hij van boord gehaald. “Hij was aan één kant helemaal verbrand en hij heeft een paar weken in het ziekenhuis gelegen in Denemarken.”
Nachtmerries
Verder komt hij er ongeschonden vanaf, maar eenmaal thuis heeft hij last van nachtmerries. “Elke nacht lag hij te schreeuwen in zijn bed van de angst die hij eigenlijk nog voelde”, vertelt Theo. “Dat heeft grote impact gehad op het hele gezinsleven van mijn vrouw en mijn schoonmoeder. Op een gegeven moment werd het wel minder, maar tegen Dodenherdenking en Bevrijdingsdag aan, begonnen de nachtmerries altijd weer op te komen.”
Zijn schoonvader wordt ouder en belandt uiteindelijk in het ziekenhuis waar hij, geheel toevallig, op 5 mei overlijdt. “Dat voelde voor hem als echte bevrijding”, denkt Theo. “Daar moeten wij eigenlijk nog steeds aan denken, dat die oorlog zon grote impact gehad heeft. Je vergeet eigenlijk nooit hoe de oorlog is geweest voor een heleboel mensen”, sluit hij af.