De voorruit van de auto van de lachgasverkopers werd ingeslagen
Fotopersburo BusinkVier verdachten van een gewelddadige en gewapende beroving op twee lachgasverkopers hoeven, als het aan het Openbaar Ministerie (OM) ligt, niet terug de cel in. De broers dachten in april 2022 lachgas te verkopen op een parkeerterrein in Hardinxveld-Giessendam, maar eindigden in het ziekenhuis.
Volgens de lachgasverkopers zouden die nacht tien tot twaalf mensen op hen zijn afgestormd. Onder bedreiging van messen en zwaarden werden zij ingesloten, bedreigd en beroofd. Ook werden zij met een honkbalknuppel toegetakeld; een van hen belandde daardoor op de Spoedeisende Hulp.
Zwijgende verdachten
Vier verdachten van de beroving houden in de Rotterdamse rechtbank hun lippen stijf op elkaar. "Ik heb er helemaal niets mee te maken", zegt de in Zwijndrecht wonende J.S. (25) al snel, waarna ook Dordtenaar A.S. (27) en R.M. (26) uit Rotterdam ontkennen. De vierde verdachte, de 23-jarige Rotterdammer W.S., is niet aanwezig bij de zitting.
Van het kwartet geeft alleen R.M. een verklaring af bij de politie. Hij dacht dat hij voor honderd euro iemand ging ophalen. Toch legt zijn busje, net als zijn telefoon, dezelfde route af als de Peugeot van A.S.: eerst verzamelen in Vuren, daarna naar Hardinxveld-Giessendam. In de Peugeot vinden agenten bovendien een gouden Cartier-zonnebril, precies zo'n bril die bij een van de lachgasverkopers is gestolen.
PTSS
Omdat zij niet met de verdachten geconfronteerd willen worden, zijn de broers niet van de partij bij de zitting. Een van de twee heeft bijvoorbeeld PTSS, angstklachten en slaapproblemen aan de roof overgehouden. "Het heeft diepe sporen nagelaten in alle aspecten van het leven", concludeert
Het Openbaar Ministerie tast in het duister over het motief achter de beroving. "Misschien een conflict onderling, misschien iets anders. Het ziet eruit alsof ze de slachtoffers een lesje hebben willen leren", stelt de officier van justitie, die het 'heel erg kwalijk' noemt dat de verdachten zwijgen.
Niet terug de cel in, wel taakstraffen
Tegen J.S. en A.S. eist het OM een taakstraf van honderd uur, tegen R.M. vijftig uur. Terug naar de gevangenis, waar de drie al meerdere maanden in voorarrest hebben gezeten, hoeft wat betreft de officier niet. Tegen W.S. is er volgens de officier onvoldoende bewijs en dus wordt vrijspraak geëist.
De advocaten van J.S., A.S. en R.M. vragen alsnog om vrijspraak, veelal wegens een gebrek aan bewijs. Op vrijdag 5 juni is de uitspraak in de zaak.