Bjorn van Dijl, eigenaar van zeven horecazaken in Dordrecht, Papendrecht en Alblasserdam, mist de helft van zijn omzet. De vraag is voor hem niet zozeer hoe lang hij het nog volhoudt: "Hoe lang is dit nog leuk? Als er niets verandert, dan stop ik er mee na de Kerst."
Talloze ondernemers hebben het moeilijker dan Van Dijl, weet Janssen: "De kosten lopen door, de tegemoetkoming vanuit de overheid is echt onvoldoende en de regels, met maximaal 30 mensen binnen en zelfs als het er straks 100 worden, zijn eigenlijk onwerkbaar."
Op landelijk niveau pleit haar belangenvereniging voor soepeler omgaan met de anderhalve meter: "Die maakt het werk in de horeca ondoenlijk." Van Dijl pleit niet voor afschaffing. "Afstand bewaren lijkt me wel nodig, maar in de praktijk is het soms erg moeilijk voor personeel en gasten."
Hij heeft ook de indruk dat er door de overheid met twee maten gemeten wordt. "Het lijkt wel of wij veel strenger gecontroleerd worden dan andere sectoren". Janssen beaamt het: "Dat geluid hoor ik van veel ondernemers. In de supermarkt en andere winkels wordt meer door de vingers gezien."
Naast regels heeft de horeca ook te maken met een traag terugkerende klandizie, merkt Van Dijl: "Mensen aarzelen nog een beetje om weer uit te gaan. Ze willen wel weer het terras op, maar lijken nog een beetje huiverig om binnen te gaan zitten."
(foto: Jordy Nijenhuis)