Alles wat je ervoor nodig hebt is een ijsbus, ijsmengsel op water- of roombasis, ijsblokjes, zout en een goede portie spierkracht. "Je moet zelf draaien om de mixer in gang te zetten. Naarmate het mengsel kouder wordt, wordt het ook steeds zwaarder'', aldus conservator Wyke Sybesma. De ijsblokjes die vandaag zijn gebruikt komen uit de supermarkt, maar dat ging vroeger niet zo makkelijk. "Vroeger hakten ze in de winter stukken ijs uit de sloot. Dit bewaarden ze dan diep onder de grond zodat het goed bleef." Dit ijs bleef tot wel twee jaar lang bevroren en werd in de zomer gebruikt om ijs te maken.
Als het ijs en het zout eenmaal in de ijsbus zit, is het een kwestie van mixen. "Het duurt wel vijftien tot twintig minuten voordat je goed ijs hebt.'' En na het harde werken is het natuurlijk tijd om te proeven! Het ijs smaakt volgens Sybesma wel even anders dan dat wij gewend zijn. ''In dit ijs zit echte vanille en echte room. Dit is veel zachter en subtieler van smaak dan supermarktijs.''