Als Jordi 15 jaar oud is, komt hij tot de ontdekking dat hij jongens interessanter vindt dan meisjes. Zo’n twee jaar later besluit hij uit de kast te komen. Eerst thuis, bij zijn ouders in Papendrecht. Niet veel later doet hij dat ook bij zijn voetbalteam van vv Drechtstreek. “Ik vond het wel lastig om dat bij mijn voetbalmaten te doen”, zegt hij zo’n twintig jaar later, zittend op een bankje in kleedkamer 7.
Slechte grappen
De grootste vraag waar de nu 38-jarige Jordi, tegenwoordig woonachtig in Rotterdam, twintig jaar geleden tegenaan loopt, is: hoe gaat deze boodschap bij het team vallen? “Ik was wel bang om mensen of dingen kwijt te raken. Op de voetbalclub zaten mijn vrienden en voetbal was het spelletje waar ik zo van hield.”
Maar op diezelfde vereniging is het ook altijd lachen, gieren, brullen om slechte grappen, en gaat het vaak over vrouwen. “In die cultuur voelde ik me niet altijd thuis”, geeft hij toe. “Maar door te zeggen wie ik ben, kon ik vanuit mijn invalshoek meepraten en onderdeel van de voetbalhumor zijn.”
Alle drempels weg
Na veel nadenken neemt Jordi een gedurfde beslissing: hij wil uit de kast komen in de kleedkamer, zelfs onder de douche. “Dan zijn direct alle drempels voor later weg”, zo beschrijft hij zijn gedachten van destijds. “Iedereen in z’n nakie, dan ben je het meest kwetsbaar.”
“Ik heb het niet te zwaar gemaakt. Ik zei het gewoon: ‘Ik ben homo.’ De reacties die Jordi kreeg, verrasten hem. Niemand reageerde negatief of vervelend, ook al zaten er in zijn zaterdagteam mensen uit allerlei culturen en met diverse geloofsovertuigingen. “Hier had ik alleen maar van kunnen dromen. Misschien dat er roddels zijn geweest, maar die gaan achter je rug om. Ik heb verder helemaal geen narigheid gehad.”
Beter voetballen
Na afloop voelt Jordi zich een ander mens. Opluchting maakt zich van hem meester en hij gaat er zelfs beter door voetballen. “Ik ben geen Robin van Persie of Dirk Kuijt geworden, maar ik voelde wel meer vrijheid en had meer plezier in het spelletje”, zegt de man die op de voetbalvereniging door de jaren heen bekend was komen te staan als het ‘kanon van Papendrecht’, vanwege zijn harde trappen.
Als hij zichzelf weer even naast die jongen van 17 van destijds zet, voelt Jordi trots. “Jazeker, want het was wel gedurfd, ook de locatie. Maar het was voor mij de makkelijkste manier, omdat omkleden en douchen daarna geen drempels meer vormden.”
Homofobie in de sport
Dat zijn coming out bij zijn voetbalteam niet representatief is voor de hele voetbalwereld, beseft Jordi maar al te goed. “Tot op de dag van vandaag is er nog veel homofobie in de sport. Ik denk niet dat we de afgelopen jaren heel veel zijn opgeschoten als het gaat over acceptatie van lhbtiq+’ers.”
Volgens Jordi moet iedereen die van voetbal houdt gewoon mee kunnen doen, ongeacht achtergrond of seksuele voorkeur. Met het woord ‘homo’ als krachtterm heeft hij best wel wat moeite. “Het kan ervoor zorgen dat mensen zich niet thuis voelen of niet zichzelf durven zijn in een bepaalde cultuur, of dat nou bij een voetbalvereniging is of op een kantoor.” Een grapje mag volgens hem af en toe, maar er zijn grenzen.
Support van meerderheid
“Wat ik tegen andere voetballers die met hun geaardheid worstelen wil zeggen, is: er wordt heel vaak geroepen dat je uit de kast móét komen, maar dat hoeft niet. Het is je eigen keuze. Ik heb die vrijheid twintig jaar geleden genomen, maar ieder moet dat voor zich bepalen. Ik wil ook zeggen dat het een minderheid in Nederland is die een bepaalde haat richting homo’s en transgenders heeft. De meerderheid support jou.”
Dat de voetbalwereld nog een lange weg te gaan heeft, bleek volgens Jordi toen in 2022 Feyenoord-aanvoerder Orkun Kökçü weigerde de regenboogband te dragen. “Dat deed pijn bij mij. Toen dacht ik wel van: ‘Ja, jij staat daar ook voor mij. Ik ben fan van Feyenoord en wat zou het toch mooi zijn als je de boodschap van gelijkheid en iedereen is welkom in het voetbal had uitgestraald. Ik had wat meer ballen van hem verwacht.”
Verantwoordelijkheid clubs en politiek
Een paar keer per seizoen gaat Jordi naar een wedstrijd van Feyenoord. “Als ik daar als anonieme supporter ben, heb ik nergens last van. Maar als ik met een regenboogvlag om mijn nek binnen zou lopen… Er zijn genoeg voorbeelden van hoe de Roze Kameraden bedreigd zijn.”
Het is de grote wens van Jordi dat acceptatie van lhbtiq+’ers breder gedragen wordt. “Ik denk dat het goed is als voetbalclubs, maar ook de politiek en de KNVB, hun verantwoordelijkheid nemen om de cultuur zo open mogelijk te maken en met elkaar te zeggen: het maakt niet uit wie je bent en op wie je valt. Iedereen moet dit spelletje kunnen beoefenen.”
Dit artikel verscheen eerder bij mediapartner Rijnmond. Bekijk ook deze video over Jordi op Instagram.