De brand woedde onderin een flat aan de Dahliastraat
Google Streetview & PixabayDe man die in 2024 brand stichtte in een Zwijndrechtse garagebox, hoeft niet naar de gevangenis. Dat heeft de rechtbank bepaald. Omdat hij met psychische en sociale problemen kampt, verkiest de rechtbank hulp boven een celstraf.
Zo moet Rotterdammer D.T. (43) verplicht worden opgenomen in een zorginstelling, krijgt hij een meldplicht en moet hij meewerken aan een middelencontrole. Volgens de rechters zorgen zijn persoonlijke omstandigheden voor "bovenmatige interesse en genegenheid voor het starten van vuur", zo valt te lezen in het vonnis.
Voorwaardelijke straf
Reclassering concludeert in een rapport dat een langdurige opname als "laatste mogelijkheid om stabiliteit in het leven teweeg te brengen". De rechtbank gaat daarin mee. Wel hangt T. een gevangenisstraf van vijftien maanden boven het hoofd als hij binnen drie jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt.
In mei 2024 slaan iets na middernacht vlammen uit een garagebox onderin een flat aan de Dahliastraat. T. heeft vuur gemaakt met kaarsen en daar brandgel aan toegevoegd. Hij ziet het als "een soort provisorische open haard", maar het vuur verspreidt als ook de houten omrastering in brand vliegt.
Hij belt zelf 112 en gaat de garagebox uit. De brandweer moet vervolgens een gat in de garage maken om het vuur te blussen. Na onderzoek vermoedt de politie brandstichting, met T. als verdachte.
'Ondoordachte en impulsieve beslissingen'
De Rotterdammer blijkt onder invloed van speed. “Wanneer de verdachte dit gebruikt, lijkt hij ondoordachte en impulsieve beslissingen te nemen, waarbij risicovol gedrag ten aanzien van brandstichting vaker voort lijkt te komen”, merkt de rechtbank op in haar vonnis.
Wel is de straf gunstiger dan het Openbaar Ministerie (OM) had gewild. Die eiste tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak namelijk zes maanden cel.