Binnen NAH Sportief werken meerdere sportscholen in Dordrecht samen
Streekomroep 56Voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is sporten niet altijd vanzelfsprekend. Vermoeidheid, overprikkeling of fysieke beperkingen kunnen een flinke drempel vormen. Met het project NAH Sportief in Dordrecht moet daar verandering in komen. Het initiatief slaat een brug tussen zorg en sport en helpt deelnemers op een veilige manier weer in beweging te komen.
Initiatiefnemer Irene Swinkels (60), fitnesstrainer in Dordrecht, zag in haar eerdere werk als nazorgverpleegkundige hoe lastig de stap naar sporten kan zijn. “Ik heb tien jaar gewerkt met mensen die een beroerte hebben gehad en veel geleerd over de gevolgen daarvan”, vertelt ze. “Na revalidatie is het vaak moeilijk om sporten weer op te pakken. Met dit project helpen we mensen om die stap wél te maken.”
Veilige en passende begeleiding
Binnen NAH Sportief werken meerdere sportscholen in Dordrecht samen. Trainers zijn bekend met de gevolgen van hersenletsel en passen trainingen aan waar nodig. “We komen mensen tegen die snel vermoeid zijn, prikkelgevoelig of moeite hebben met bewegen”, zegt Swinkels. “Als een trainer de training daarop aanpast, voelt het veilig. Dat maakt dit project bijzonder.”
Ook wordt rekening gehouden met prikkelgevoeligheid. Zo wordt er bijvoorbeeld getraind op rustige momenten. “Harde muziek of drukte kan een enorme drempel zijn. Dan plannen we trainingen in de daluren en zorgen we voor structuur: weten wat je gaat doen en wanneer.”
‘Sporten helpt je vooruit’
Volgens Swinkels is bewegen essentieel voor deze doelgroep. “Het is belangrijk voor kracht en conditie, maar ook voor je stemming. Mensen voelen zich vaak beter en kunnen makkelijker bewegen.”
De eerste deelnemers hebben zich inmiddels aangemeld. “Er zijn nu tien mensen in gesprek of gestart, en vier hebben een vaste plek in een sportschool. Ik hoop dat het echt gaat groeien, zodat sporten een vanzelfsprekend onderdeel wordt van herstel.”
‘Ik kan hier mijn ei kwijt’
Een van de deelnemers is Titus Arkema (66), die leeft met Parkinson. Hij sport meerdere keren per week. “Ik doe hier twee keer per week training en daarnaast nog fitness en fysiotherapie”, vertelt hij. “Het helpt om de progressie van Parkinson af te remmen.”
Voor hem is het aangepaste karakter van de trainingen essentieel. “Sommige dingen kan ik niet zo intensief doen als anderen, maar alles wordt geschaald. Wat ik niet kan, wordt aangepast. Zo kan ik toch bewegen.”
Sporten doet volgens hem meer dan alleen fysiek helpen. “Je voelt je gewoon beter. Je bent geen ‘oud mannetje achter de geraniums’. Je hoort er nog bij. Dat geeft een positieve mindset.”
Meer dan alleen trainen
Ook trainers merken het verschil. Bij een van de aangesloten sportscholen, CrossFit Dordrecht, krijgen deelnemers extra begeleiding waar nodig. “Ze hebben soms net wat meer aandacht nodig, maar willen zich niet anders voelen", legt coach Arnoud Gregorowitsch uit. "Daarom trainen ze bij ons gewoon mee, met aanpassingen waar nodig.”
De focus ligt op functionele oefeningen en balans, vertelt hij. “We proberen mensen zo lang mogelijk zelfredzaam te houden. Denk aan kracht, balans en het opvangen van een val. Dat zijn dingen waar je in het dagelijks leven echt iets aan hebt.”
Volgens Gregorowitsch draait het uiteindelijk om vertrouwen. “Mensen komen soms onzeker binnen, maar na een paar maanden zie je ze groeien. Dat is waar we het voor doen.”
Drempel verlagen
Deelnemers kunnen zichzelf aanmelden, maar vaak loopt dat via zorginstanties zoals revalidatiecentra of de wijkverpleging. Swinkels voert altijd eerst een intakegesprek. “Wat zijn de klachten, wat wil iemand bereiken en wat heeft de trainer nodig om jou goed te begeleiden. Dat maakt de stap naar sporten een stuk kleiner.”
De boodschap van het project is duidelijk. “Kom sporten”, zegt Swinkels. “Je gaat er altijd op vooruit.” Bekijk ook deze reportage op ons YouTube-kanaal.