Nederland was tot het spelen van de troostfinale veroordeeld door de nederlaag in de halve finale tegen Spanje, dat na een knappe inhaalrace werd bijgehaald maar uiteindelijk na het nemen van strafworpen toch aan het langste eind trok.
Oranje sloot de derde periode af met een achterstand van 6-9, maar begon in het laatste deel aan een knappe inhaalrace. Met nog tachtig seconden te gaan scoorde Nederland de 10-10. Met nog negen tellen te gaan mocht Oranje een laatste aanval inzetten. En met succes: aanvoerster Sabrina van der Sloot schoot bij het scheiden van de markt het winnende 11-10 binnen.
Met haar zesde doelpunt van het duel liet ze de Verenigde Staten voor het eerst sinds het waterpolo voor de vrouwen op het olympisch programma staat (2000) met lege handen achter. Sleeking kwam tegen de Verenigde Staten niet tot scoren.