Om te beginnen wil de VSP weten of de achterstand in de bouw inderdaad zo dramatisch is als de cijfers doen vermoeden. De prognose is: 10.000 woningen in 2030, maar bij het huidige tempo zou dat geen tien, maar meer dan dertig jaar vergen.
Ook maakt de VSP zich bezorgd over het oprekken van de normen voor geluidsoverlast en gevaar van de spoorlijn bij bouwlocaties.
Een volgende vraag ligt op het gebied van de opbrengst van de OZB. Door verschuiving in de plannen van dure naar meer modale en/of sociale huurhuizen én door de vertraging in de bouw zullen de inkomsten uit de onroerendzaak belasting afnemen. Dat terwijl de inkomsten van de aandelen Eneco wegvallen en mogelijk rente moet worden betaald voor het spaardeposito van 370 miljoen.
En dat zou een gat kunnen slaan in de meerjarenbegroting.