De lichamen liggen nu op Begraafplaats Essenhof in Dordrecht
Corrado Francke / Streekomroep 56Medewerkers van de Essenhof hebben 21 overledenen van de ene naar de andere begraafplaats gebracht, zonder daar nabestaanden over te informeren. Ook werd de verplaatsing bewust geheimgehouden. Dat blijkt uit een vervolgonderzoek naar de keldergravenproblematiek in Dordrecht. De misstanden vonden plaats in 2020. “We zijn er duidelijk over: de verplaatsing had niet mogen gebeuren”, reageert het geschokte gemeentebestuur.
De overledenen werden in september 2020, toen de grafrechten waren verlopen, weggehaald uit zandgraven op begraafplaats Dubbeldam aan de Zuidendijk. Bij de ruiming zijn 21 lichamen gevonden die niet goed waren vergaan en daardoor niet in het algemene verzamelgraf op de begraafplaats begraven konden worden.
Na een voorstel van een medewerker is besloten de lichamen te verplaatsen naar de begraafplaats Essenhof, zo’n drie kilometer verderop. Daar werden zij herbegraven in al aangepaste keldergraven in de hoop dat de resten daarin verder zouden ontbinden. Ook zouden financiële overwegingen een rol hebben gespeeld.
De nabestaanden van de overleden personen zijn, net als het gemeentebestuur, niet op de hoogte gebracht van de verplaatsing. Ook ontbrak er een benodigde vergunning.
‘Hier mag je niet aan voorbij gaan’
Wethouder Marc Merx, verantwoordelijk voor de Essenhof, is geschokt door de conclusie van het onderzoek. “Deze overledenen hadden in Dubbeldam moeten blijven. Inwoners kiezen bewust voor Dubbeldam als laatste rustplaats en dat moet te allen tijde gerespecteerd worden. Hier mag je niet aan voorbij gaan, niet zonder toestemming van nabestaanden.”
LEES OOK: Grafkelders geopend zonder toestemming
Met het vervolgonderzoek krijgt de problematiek op de Dordtse begraafplaatsen een nieuw hoofdstuk. In 2024 werd duidelijk dat honderden graven op de begraafplaats Essenhof met problemen kampen. Lichamen in zogeheten keldergraven waren na het aflopen van de grafrechten nog niet volledig vergaan omdat het in die graven aan voldoende ventilatie ontbrak. Vorige zomer werd een vervolgonderzoek aangekondigd, nu zijn de conclusies daarvan bekend.
Onduidelijk welke lichamen zijn verplaatst
Volgens de gemeente kan er niet afgeleid worden welke lichamen zijn verplaatst. In weekrapporten van de begraafplaats wordt gerapporteerd over “slecht verteerde overschotten”, maar daarbij worden de specifieke graven niet genoemd. Daarom hebben alle nabestaanden van overledenen die tussen 1997 en 2003 op dat veld met zandgraven op de begraafplaats Dubbeldam lagen, een brief gekregen dat hun dierbare mogelijk tot de groep behoort.
Het huidige gemeentebestuur wil de lichamen terugbrengen naar de begraafplaats Dubbeldam voor een herbegrafenis. “Die terugplaatsing moet uiteraard zorgvuldig gebeuren”, laat de gemeente weten. “Er wordt nu uitgezocht hoe dit zo snel en veilig mogelijk geregeld kan worden.”
Volgens de gemeente zijn er, naar aanleiding van het eerdere onderzoek, al de nodige stappen gezet om herhaling te voorkomen. Als voorbeelden noemt de gemeente extra aandacht voor een veilige werkcultuur, het aanscherpen van werkprocessen en, richting management en bestuur, duidelijke informatie en transparante besluitvorming.
Onwetendheid
Openheid van zaken ontbrak namelijk volledig rondom de verplaatste lichamen. De keuzes zijn niet besproken met de toenmalig clustermanager of portefeuillehouder, ook de huidige managers wisten van niets over de verplaatsing.
Ook werd het Ingenieursbureau Drechtseden (IBD), dat de opdracht kreeg om de ruiming te organiseren, gecorrigeerd toen een medewerker een bericht op het intranet van het IBD wilde zetten.
In de eerste versie van dat bericht werd het verplaatsen genoemd, maar bij een correctie greep een Esssenhof-medewerker in. “Dat we stoffelijke resten van de ene begraafplaats overgebracht hebben naar een andere begraafplaats, gaan we zeker niet publiceren”, stuurde diegene naar het IBD, waarop de tekst werd aangepast.
Geen strafrechtelijk onderzoek
De uitkomsten van het vervolgonderzoek zijn gedeeld met het Openbaar Ministerie (OM) en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), maar zij ondernemen geen actie naar aanleiding van het rapport.