Rijkswaterstaat neemt extra maatregelen om de maandelijkse opening van de Papendrechtsebrug voor de hoge scheepvaart goed te laten verlopen. Komend weekend kunnen hoge schepen de brug namelijk weer voor de enige keer deze maand passeren en daarbij moet schade aan de brugkelder en de schepen zelf worden voorkomen.
“Onze onderaannemer is bezig met het opbouwen van de bufferpontons. Die komen in de passage wanneer zaterdag de brug open gaat voor hoge scheepvaart”, zegt werkvoorbereider Chris Talens. Talens bereidt onder andere het werk voor dat bij de brugpassage komt kijken. De zogeheten bufferpontons zijn drijvende platformen die moeten voorkomen dat zowel de schepen als de brugkelder schade oplopen. Het dient letterlijk als een stootkussen op het water.
Drukker
De allereerste brugpassage sinds de afsluiting van de Papendrechtsebrug was op 8 augustus. Een paar dagen daarvoor is het brugdek uitgevijzeld en weggevoerd. Door die werkzaamheden was al het werk voor de passage eigenlijk al klaar en konden de hoge schepen worden doorgelaten. Daardoor was het een stuk rustiger met het werk rondom de brugkelder. “Nu gebeurt er een stuk meer in en rondom de brug, dus moeten we ervoor zorgen dat het nog beter beschermd wordt.”
Naast de nieuw gebouwde bufferpontons, worden er ook stootkussens aan de ondersteunende delen van de brug bevestigd. Zo zijn die ook goed beschermd. De bufferpontons worden op vrijdag geplaatst, op zaterdag is dat werk afgerond vóór de passage. “Aan het einde van die dag wordt alles weer teruggelegd en kan er weer worden doorgebouwd”, sluit Talens af.
Cruciaal
De maandelijkse brugpassage voor hoge scheepvaart is cruciaal, onder meer voor een aantal scheepswerven in de omgeving. Over de hele wereld zijn mensen afhankelijk van schepen die daar gebouwd en verhuurd worden. De Beneden Merwede is voor die schepen de enige route naar de Rotterdamse haven en de Noordzee. In totaal zal er tien keer ruimte worden gemaakt, dit zal over het algemeen op een zaterdag of zondag gebeuren.