Bij de tentoonstelling wordt zoveel mogelijk ingespeeld op de nostalgie van mensen die zich de jaren van de wederopbouw nog vurig kunnen herinneren. Het draagt dan ook de toepasselijke naam ‘Die Gezellige jaren ‘50’. “Wat we nu gezellig noemen van die jaren was eigenlijk kneuterig”, bekent Tas. Toch was het volgens haar toch écht wel gezelliger. “Het gaat denk ik om het huiselijke, gezellig en knus om de tafel. En ik denk dat de mensen socialer waren.”
De tentoonstelling wordt goed ontvangen. “Heel veel mensen herkennen dingen. ‘Oh, die televisie had mijn oma ook!’ of ‘Die pannen heb ik vroeger gehad’. Die reacties geeft men voornamelijk”, vertelt Tas enthousiast. “Je brengt mensen weer terug in die tijd.”
Dat geldt ook voor de museumvrijwilliger zelf, die maar al te graag laat zien wat de tentoonstelling te bieden heeft. Ze betrapt zichzelf ook een enkele keer op een nostalgische prikkel. “In de kast bij ons stond altijd een Brintabus”, deelt Tas terwijl ze precies zo’n opslagblik laat zien.
Tekst gaat verder onder de foto.