Eén van de kamers van de kindertentoonstelling 'Ik zie, ik zie'
Lizzy van Leeuwen, 2025Het Dordrechts Museum heeft met haar kindertentoonstelling 'Ik zie, ik zie' zo’n 70 procent meer jeugdige bezoekers getrokken dan vorig jaar en wordt om die reden verlengd. Basisschoolkinderen en hun ouders maken hierin kennis met ‘echte’ kunstwerken. “Het is niet makkelijk om deze doelgroep naar een kunstmuseum te trekken”, aldus artistiek directeur Femke Hameetman.
De tentoonstelling ‘Ik zie, ik zie’ bestaat uit een aantal verschillende kunstkamers, die gericht zijn op 'samen leren' en waarin kinderen met hun volwassen begeleider de wereld van moderne en hedendaagse kunst kunnen ontdekken.
“In elke kamer staat een ander werk of kunstaspect centraal. Denk aan kleuren, lijnen en perspectief”, vertelt Andrea Rietveld van het Dordrechts Museum. De tentoonstelling heeft ook een interactief aspect. Zo kunnen bezoekers een schijnwerper over een werk van Jan Schoonhoven laten schijnen, de vormentaal van Jan Roelofs nabootsen of een met bont beklede wand bij het hoofdbeeld ‘_A Tiger_’ van Ralf Kokke aaien. “Wie de zachte wand aait, hoort een spinnende kat”.
Meer kinderen in het museum
In de afgelopen periode brachten zo’n vierduizend kinderen tot en met 18 jaar oud een bezoek aan het museum. Hiervan zijn ongeveer 2.200 kinderen in de basisschoolleeftijd (4-12 jaar), terwijl dit een jaar geleden in dezelfde periode zo’n 950 kinderen waren. “Daar zit dan ook de grootste groei in”, aldus Rietveld.
Artistiek directeur Femke Hameetman is trots op de cijfers. “Het is niet makkelijk om deze doelgroep naar een kunstmuseum te trekken. Gelukkig weten steeds meer ouders en grootouders het museum dankzij de kindertentoonstelling te vinden”, aldus Hameetman.
Vakantie activiteiten
Het museum laat weten dat de aankomende maanden nog meer activiteiten gericht op kinderen worden georganiseerd door het museum. Ook in de schoolvakanties.
Entree voor kinderen tot en met 18 jaar is gratis, om een bezoek zo laagdrempelig mogelijk te houden.
Deze reportage maakte de Streekomroep eerder al over de tentoonstelling: