Na veertig jaar neemt gemeentearchivaris Teun de Bruin afscheid van het Stadsarchief Dordrecht. Tijdens zijn loopbaan stuitte hij op bijzondere pareltjes rondom vrijheid en onvrijheid die hem altijd zijn bijgebleven. Maar hij verdwijnt niet uit het archief; De Bruin blijft als vrijwilliger bouwen aan het geheugen van de stad.
Teun de Bruin is veertig jaar archivaris geweest in Dordrecht, maar nu gaat hij met pensioen. Hij begon in 1986 met het beantwoorden van geloofsbrieven, wat een soort stamboomonderzoek is. Daarna werkte hij een tijdje in de studiezaal van het archief, waar hij historische documenten beschikbaar stelde. Ook hield hij als archiefinspecteur toezicht op nieuwe archieven en beheerde overgebrachte archieven. Sinds 2011 is hij gemeentearchivaris. “Het is een hele afwisselende functie en dat is wat het zo mooi maakt”, zegt De Bruin.
Tijdens zijn tijd als archivaris zijn er een paar pareltjes die hem altijd heel erg intrigeerden. Die stukken hebben vooral te maken met vrijheid en onvrijheid. “Daar heb ik wel wat mee”, zegt hij.
De Martelaarsspiegel
Het eerste pareltje is een groot, dik boek uit het einde van de zeventiende eeuw, met een koperen hoek- en randbeslag. In het boek staat beschreven hoe de vervolgingen van de protestanten door de katholieken verliepen tijdens de hervorming van de kerk in Nederland. In het boek staan prenten van hoe de protestanten gemarteld werden om hun geloof.
“Mensen werden vastgebonden en verbrand, of verdronken in tonnen”, vertelt De Bruin. Volgens hem was het niet een boek tégen de mensen die katholiek waren, maar meer tegen de kerk en de paus. De reden dat dit boek De Bruin zo aanspreekt, is omdat deze onderwerpen nu nog steeds spelen. “Kijk maar naar het conflict tussen Israël en Palestina”, zegt De Bruin.
Strip de gebroeders De Witt
Een ander stukje geschiedenis dat hij wilde laten zien, is een van de eerste strips over het leven van Johan en Cornelis de Witt. Hierin wordt ook hun dood in 1672 beschreven. “Ze zijn eerst gelyncht, daarna opgehangen en toen in stukjes gehakt”, vertelt De Bruin.
Bij de strip heeft hij ook nog een brief meegenomen die Johan de Witt vlak voor zijn dood heeft geschreven. In de brief stond dat als alles goed gaat, dat ieders geluk is, maar als het slecht gaat, er één iemand de schuld moet krijgen; in dit geval de gebroeders De Witt. De Bruin vindt dit een duidelijke parallel tussen het heden en verleden: “Als Nederland wint is het feest voor iedereen, maar als ze verliezen is het de schuld van de bondscoach.”
Dagboek
Als laatste pareltje heeft hij een dagboek. Niet zomaar één, maar dat van een 10-jarig Joods jongetje genaamd Jules Benedictus. Hij zat ondergedoken in het pand Holster aan de Wijnstraat.
In het dagboek vertelt het jongetje over wat er tijdens de oorlog in Dordrecht gebeurde, wat hij op de radio hoorde, wat er in Europa gebeurde en ook dat ze moesten onderduiken. Het dagboek staat ook vol met tekeningen en geplakte plaatjes.
“Dit zijn echt de meest authentieke boeken die je kunt krijgen, omdat de overheid er ook niets mee te maken had”, zegt De Bruin. De Bruin vertelt dat Jules nog les heeft gegeven over de oorlog en de boeken pas heeft gedoneerd toen hij ergens in de tachtig was. “Hij is de Dordtse Anne Frank, maar hij heeft het wel overleefd”, zegt De Bruin.
Teun de Bruin is nog niet klaar met het archivarisschap; hij gaat gewoon nog door, maar dan als vrijwilliger bij het depot in Dordrecht. Daar gaat hij archieven toegankelijk maken. “Het archief is het geheugen van de stad, en dat is belangrijk”, zegt De Bruin.