Het Nationaal Onderwijsmuseum krijgt opnieuw steun vanuit de Tweede Kamer, maar onzekerheid over de structurele subsidie vanaf 2027 blijft bestaan. Het museum vreest dat de maatschappelijke waarde van het museum onvoldoende wordt meegewogen.
Afgelopen donderdag was museumdirecteur Hans van der Bunte aanwezig bij een tweeminutendebat in de Tweede Kamer over de toekomst van het Nationaal Onderwijsmuseum. Het museum kreeg eerder dit jaar te horen dat de subsidie alleen voor 2026 is veiliggesteld. Over structurele financiering vanaf 2027 bestaat nog altijd onzekerheid.
"Ze kijken alleen naar Excelsheets", vertelt Van der Bunte over zijn bezoek aan Den Haag in het radioprogramma Studio De Witt op Drechtstad FM. Volgens hem wordt er binnen de politiek te veel gekeken naar financiële cijfers en te weinig naar de maatschappelijke en inhoudelijke waarde van het museum.
Het Nationaal Onderwijsmuseum is volgens Van der Bunte een unieke plek in Nederland waar de geschiedenis van het onderwijs wordt verzameld, bewaard en verteld. Hij hoopt dat dit belang beter wordt gezien binnen de Tweede Kamer.
Onzekerheid over subsidie
Na maanden van lobbyen leek er eerder dit jaar goed nieuws te komen voor het museum. De Tweede Kamer stemde met een ruime meerderheid in met een amendement om de subsidie voor het Nationaal Onderwijsmuseum niet alleen te behouden, maar ook structureel te verhogen naar 945.000 euro.
De opluchting bleek echter van korte duur. Op 24 april 2026 stuurde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een brief waarin stond dat het extra geld alleen voor 2026 beschikbaar is. Volgens het ministerie was er voor de jaren daarna nog geen financiële dekking gevonden. Daarmee bleef het eerdere besluit om de subsidie vanaf 2027 stop te zetten voorlopig overeind.
Die boodschap kwam hard aan bij het museum en zorgde ook voor onvrede in de Tweede Kamer.
LEES HIER: Dreun voor museum, dat opnieuw voor sluiting vreest: ‘Een uur voor het reces kwam de brief’
Nieuwe motie voor structurele steun
Tijdens het tweeminutendebat werden twee moties aangenomen die steun uitspreken voor het behoud van het Onderwijsmuseum. Een van deze moties, ingediend door de leden Chris Stoffer en Mohammed Mohandis, vraagt de regering om aan zowel het Nationaal Onderwijsmuseum als de Tweede Kamer te bevestigen dat de eerder vastgestelde structurele subsidie ook daadwerkelijk structureel wordt uitgevoerd.
De Kamer wil daarmee duidelijk maken dat een eerder aangenomen besluit niet alleen op papier moet blijven staan, maar ook daadwerkelijk moet worden uitgevoerd zoals bedoeld.
Opvallend is dat de minister de motie ontraadde. Dat betekent dat het kabinet de Kamer adviseerde om niet met de motie in te stemmen. Toch kreeg de motie een meerderheid: 84 Kamerleden stemden voor en 66 tegen.
Politieke druk neemt toe
De aangenomen motie geeft het Onderwijsmuseum politiek gezien een sterkere positie. Hoewel een motie juridisch geen wet is, is het wel een duidelijke uitspraak van de Tweede Kamer richting het kabinet.
Met de motie spreekt de Kamer opnieuw uit dat zij een structurele toekomst voor het museum belangrijk vindt. Daarnaast wordt de druk op het ministerie van OCW groter om de financiering vanaf 2027 daadwerkelijk vast te leggen.
Van der Bunte hoopt op korte termijn meer duidelijkheid te krijgen. Binnen twee weken verwacht hij een reactie vanuit Den Haag. Uiterlijk rond Prinsjesdag moet er volgens hem een duidelijk antwoord liggen over de toekomst van de subsidie.