Ze omschrijft zichzelf als een verhalenverteller. Ze wil met haar werk anderen tonen wat er in haar geest omgaat. “Ik laat mijn fantasie gaan, over onderwerpen die mij diep treffen”, zegt De Jonge als we haar spreken tijdens de opening. De Jonge volgde de Rietveldacademie in Amsterdam en specialiseerde zich in beeldende kunst. Tussen 1978 en 1994 werd ze vaak gevraagd haar beeldhouwwerken tentoon te stellen. Op een gegeven moment is ze daarmee gestopt. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kan; tijdens de coronapandemie pakte ze haar oude vak op, maar koos een andere discipline: ze ging schilderen. En dat heeft een scala aan diverse werken opgeleverd, waarin haar oma en kinderen een belangrijke rol spelen.
Oma Lientje
Haar oma Lientje was eigenlijk de reden om überhaupt te gaan schilderen. Vroeger hing er thuis een portret van haar. “Ik was een klein meisje en echt bang voor dat schilderij. Maar het was ook intrigerend, want het was ook mijn oma en ze was mooi”, legt De Jonge uit. Haar oma heeft ze nooit persoonlijk gekend. Ze kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog om het leven in een concentratiekamp. “Toen ik begon met schilderen dacht ik eigenlijk: ik wil die oma ontmoeten, maar dan op een lieve, zachte manier waardoor zij een gezicht krijgt. Ik heb Lientje geschilderd zodat ze weer tot leven is gekomen, maar dan op mijn manier. Niet eng, maar zacht.”