Burgemeester Kolff legde vlak voor 20.00 uur de eerste krans bij het momument. Dat deed hij, in tegenstelling tot voorgaande jaren, niet met vice-voorzitter van de raad David Schalken, maar met zijn vrouw. Schalken volgde hem, samen met kinderburgemeester Jacob.
Na het spelen van de taptoe, de twee minuten stilte en het zingen van het Wilhelmus sprak de burgemeester de aanwezigen toe. In zijn toespraak besteedde hij ook aandacht aan de huidige situatie in Oekraïne: "Waar waren u gedacht zojuist tijdens de twee minuten stilte? Waren zij bij familieleden die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt? Of dacht u aan alle verschrikkingen die de Oekraïners dezer dagen moeten doorstaan. Mijn gedachten gingen van het verleden naar het heden."
Bij de herdenking was ook een groep vluchtelingen uit Oekraïne aanwezig. Zij legden witte bloemen neer bij het monument. "Zij kunnen nu samen met ons herdenken", zegt één van de toeschouwers. "Zij wilden heel graag komen. Zij hebben momenteel heel veel verschillende gevoelens: verdriet, schuldgevoel, angst voor de toekomst, maar tegelijkertijd proberen ze het leven ook weer een beetje op te pakken."